Translate

donderdag 19 juli 2012

Rigoletto



Het libretto is van de hand van M.Piave en gebasseerd op een werk van Victor Hugo "Le Roi s'amuse". Deze dramtische opera van Guiuseppe Verdi werd opgevoerd tijdens de ogang van de Muntschouwburg te Brussel. De Premiere vond plaats in aanwezigheid van Koning Boudewijn en Koningin Fabiola op 19 januari 1962. Het was terzelfdertijd een persgala.

Befaamde vertolkers hierbij waren Renato Cioni en Giuseppe Tadei, die hun faam al hadden bevestigd over de ganse operawereld.

Hier vertolkt Gia Baldi de rol van Giovanna de dienstmeid van Gilda. De opvoering werd gebracht in de originele taal.






De regie van deze uitvoering was in de handen van Franco Zeffirelli

en de muzikale leiding berustte bij Andre Van der Noot



Op ondertaande foto Gilda, Rigoletto en de dienstmeid Giovanna



Voorstellingen
1960-1961
21-12-1960 20:00 De Munt (Brussel)
(Gala du Syndicat d'Initiative de la Ville de Bruxelles)
24-12-1960 20:30 De Munt (Brussel)
26-12-1960 20:30 De Munt (Brussel)
28-12-1960 20:30 De Munt (Brussel)
31-12-1960 20:30 De Munt (Brussel)
1961-1962
19-01-1962 20:00 De Munt (Brussel)
(Gala de Presse)
21-01-1962 15:00 De Munt (Brussel)
24-01-1962 20:00 De Munt (Brussel)
27-01-1962 20:00 De Munt (Brussel)
30-01-1962 20:00 De Munt (Brussel)
01-02-1962 20:00 De Munt (Brussel)
15-05-1962 19:30 Nijmegen
17-05-1962 Tilburg
20-05-1962 Heerlen
1962-1963
17-04-1963 20:00 De Munt (Brussel)
19-04-1963 20:00 De Munt (Brussel)
21-04-1963 15:00 De Munt (Brussel)
1963-1964
03-04-1964 20:00 De Munt (Brussel)
05-04-1964 15:00 De Munt (Brussel)
08-04-1964 20:00 De Munt (Brussel)
12-04-1964 15:00 De Munt (Brussel)
15-04-1964 20:00 De Munt (Brussel)
1964-1965
14-02-1965 15:00 De Munt (Brussel)
17-02-1965 20:00 De Munt (Brussel)
20-02-1965 20:00 De Munt (Brussel)
23-02-1965 20:00 De Munt (Brussel)
26-02-1965 20:00 De Munt (Brussel)
28-02-1965 15:00 De Munt (Brussel)


RIGOLETTO : KORTE INHOUD


Plaats en tijd van de handeling: Mantua en omgeving in de 16de eeuw.

Eerste akte
Eerste scène
Feestzaal in het paleis van de hertog.
Tijdens een schitterend bal vertelt de hertog van Mantua aan de hoveling Borsa over zijn pogingen om een mooi burgermeisje te veroveren, dat in een afgelegen uithoek van de stad woont en dat daar elke nacht bezoek krijgt van een geheimzinnige onbekende. Hij zou deze pogingen graag met succes bekroond zien. Maar voorlopig heeft hij het te druk met de dames die zijn feest opsmukken, want de overmoedige hertog is pas echt in zijn element als hij van de ene schoonheid naar de andere kan fladderen - in de blijgemoede en stellige overtuiging dat de liefde allen daar kan zijn waar de vrijheid woont. Vooral de aantrekkelijke gravin Ceprano heeft hem betoverd; tijdens een menuet maakt hij haar, in aanwezigheid van haar echtgenoot, ongegeneerd het hof. Graaf Ceprano kan niet anders dan vol jaloezie toekijken en moet naast de brutaliteit van de hertog ook nog de spot van de hofnar Rigoletto ondergaan. Ondertussen amuseert het gezelschap zich over een nieuwtje van de hoveling Marullo: volgens hem heeft de lelijke en gebochelde Rigoletto een liefje. Als Rigoletto de hertog ironisch de raad geeft om graaf Ceprano in de gevangenis te gooien of zelfs te laten terechtstellen, zodat hij zich ongestoord met diens mooie echtgenote kan vermaken, besluiten de verontwaardigde hovelingen de brutale nar een lesje te leren. En zij hebben meteen een idee om nog deze nacht hun wraakplannen ten uitvoer te brengen… Op het hoogtepunt van het feest onderbreekt graaf Monterone de algemene vrolijkheid. Hoewel de hertog de ter dood veroordeelde rebel het leven schenkt, blijft deze de orgieën in het paleis van de hertog in scherpe bewoordingen afkeuren. Rigoletto spaart echter ook Monterone niet met zijn cynische spot: Monterone laat zich door de hertog genade schenken en wil dan rekenschap van hem eisen omdat diezelfde hertog zijn dochter misbruikt heeft? Buiten zichzelf van woede vervloekt Monterone de hertog, maar ook de slang die in zijn naam een wenende vader durft uit te lachen.

Tweede scène.
Een donkere, doodlopende straat, links een huis met binnenplaats, rechts de tuin en het paleis van graaf Ceprano.
In een donkere buurt van Mantua stoot Rigoletto, op weg van het bal naar huis, op de huurmoordenaar Sparafucile, die hem de spelregels van zijn vak uitlegt en hem zijn diensten aanbiedt. In de huurdoder herkent de hofnar het spiegelbeeld van zijn eigen bestaan. Zijn wapen is zijn scherpe tong, dat van Sparafucile is de dolk; beiden zijn outsiders. Als hij weer alleen is, beklaagt Rigoletto zich over zijn leven als hofnar. Hij is nog steeds onder de indruk van Monterones vervloeking. Maar thuis, bij zijn dochter Gilda, zijn hele leven en zijn enige bezit op deze wereld, wordt hij een ander mens, wordt hij een liefhebbende vader.

Derde scène.
Tuin van Rigoletto’s huis.
Op de binnenplaats van zijn bescheiden huis werpt Gilda zich in de armen van haar vader. Rigoletto heeft maar één grote zorg; zijn dochter behoeden voor alle gevaren. Zij mag nooit uitgaan, behalve om zich naar de kerk te begeven. Het beroep en de naam van haar vader mag zij niet kennen, evenmin als de naam van haar moeder. Een mooie vrouw schonk de gebochelde ooit haar liefde en stierf, dat moet voor Gilda volstaan… De wantrouwige Rigoletto vraagt aan Giovanna, Gilda’s meid, of alle voorzorgsmaatregelen voor de veiligheid van zijn dochter inderdaad getroffen werden. Als hij meent stappen te horen, gaat hij zelf nog eens op straat kijken. Hij is nauwelijks buiten of de als student verklede hertog sluipt door de openstaande deur, brengt Giovanna met een goedgevulde geldbeurs tot zwijgen en verbergt zich achter een boom. Rigoletto komt terug en neemt ontroerd afscheid. Verbluft ontdekt de hertog in zijn schuilplaats dat het doel van zijn jongste avontuur de dochter van zijn hofnar is… Gilda wordt geplaagd door haar geweten omdat zij haar vader niets verteld heeft over de jongeman die haar volgt als zij naar de kerk gaat. In het geheim geeft zij toe dat zij op de knappe jongeman verliefd is. Net als zij het woord ‘liefde’ wil uitspreken komt haar aanbidder van onder de boom te voorschijn, voltooit haar zin en verklaart haar op stormachtige wijze zijn liefde. Voor Gilda lijkt het of al haar romantische jongemeisjesdromen werkelijkheid worden. Ondertussen verzamelen de hovelingen zich op straat. Omdat Gilda haar naderende vader meent te herkennen, neemt zij met een haastig Addio afscheid van haar zogenaamde arme student, Gualtier Maldé. Zij blijft nog een tijdje staan dromen, met in gedachten de naam van de man bij wie zij tot haar laatste ademtocht zou willen blijven… De hovelingen bewonderen de gratie van het jonge meisje, dat zij voor het liefje van Rigoletto houden. Om wraak te nemen op de nar willen zij Gilda ontvoeren. Terwijl zij daartoe nog voorbereidselen treffen, duikt Rigoletto weer op, nog steeds geplaagd door angsten. Geschrokken herkent hij Marullo in het groepje. Deze maakt hem echter wijs dat zij gekomen zijn om voor de hertog gravin Ceprano te ontvoeren uit het nabijgelegen paleis. Meteen is de nar bereik om mee te doen. Zo gebeurt het dat Rigoletto - door een masker blind en doof gemaakt - helpt bij de ontvoering van zijn eigen dochter. Als hij de waarheid begrijpt, zijn de hovelingen met hun slachtoffer reeds ver weg. Wanhopig herinnert Rigoletto zich de vloek van Monterone.

Tweede akte
Vierde scène.
Een zaal in het paleis van de hertog.
De volgende morgen wordt de hertog in zijn paleis geplaagd door bezorgdheid, ongeduld en woede. Een onbekende heeft het gewaagd het voorwerp van zijn nieuwste liefde weg te nemen. Hij was namelijk nog eens naar Rigoletto’s huis teruggekeerd en had daar alleen de sporen van een ontvoering gevonden. Nu vreest hij voor zijn geliefde - en voor de goede afloop van zijn avontuur. Zijn ontevredenheid verandert echter snel in vreugde als de hovelingen hem vertellen dat zij het liefje van Rigoletto ontvoerd en naar het paleis van de hertog gebracht hebben. De hertog begrijp meteen waar hij het object van zijn verlangen kan vinden en snelt enthousiast naar zijn kamer… Op dat ogenblik verschijnt Rigoletto. Schertsend tracht de nar iets te vernemen over het lot van zijn dochter. De hovelingen veinzen echter onschuld; zij hebben heel de nacht in hun eigen bed geslapen. Als zij een page van de hertogin beletten om de kamer van de hertog te betreden, beseft Rigoletto waar zijn kind zich bevindt. In een uitbarsting van woede en wanhoop eist hij van de hovelingen Gilda terug - zijn dochter, niet zijn liefje. Tevergeefs tracht hij in de kamer van de hertog binnen te dringen, tot plots de deur opengaat en Gilda zich in zijn armen werpt. Alleen aan haar vader wil zij bekennen wat er gebeurd is. Woedend jaagt Rigoletto de hovelingen de zaal uit… Na de bekentenis van Gilda weet Rigoletto dat de lichtzinnigheid en de willekeur van de hertog het enige zuivere altaar van zijn leven vernietigd hebben. Hij smeedt duistere wraakplannen. De rebel Monterone, die opnieuw gevangen is genomen en die, terwijl hij naar de kerker gevoerd wordt, vóór het portret van de hertog de nutteloosheid van zijn oproep tot wraak beklaagt, geeft Rigoletto het signaal tot de opstand. Zonder de aandacht te schenken aan de protesten van Gilda, zweert Rigoletto Monterone’s wens naar vergelding ten uitvoer te brengen.

Derde akte
Vijfde scène.
Een afgelegen plaats aan de oever van de Mincio. Links het interieur van een half vervallen landelijke herberg, rechts de over een stuw stromende rivier.
Er is enige tijd vergaan. Rigoletto brengt Gilda naar het huis van Sparafucile in de omgeving van Mantua. Gilda kan de hertog niet vergeten, Rigoletto wil haar echter de ware aard van haar aanbidder tonen. Vader en dochter verbergen zich en zien hoe de hertog de herberg betreedt terwijl hij een brutaal en overmoedig liedje zingt over de wispelturigheid van het vrouwelijke hart; hij laat zich wijn brengen en begint te flirten met Maddalena, de levenslustige zus van Sparafucile. Ontdaan moet Gilda toekijken hoe de hertog voor de frivole Maddalena al even snel in vuur en vlam staat als voor haar. De hertog maakt Maddalena, die met veel plezier preutsheid veinst, steeds heviger het hof. Gilda kan de pijn nauwelijks verdragen, Rigoletto gelooft dat het uur van de wraak aangebroken is. Gilda moet in mannenkleren naar Verona reizen en daar op hem wachten… Terwijl een onweer zich aankondigt, geeft Rigoletto Sparafucile de definitieve opdracht zijn gast te doden. De helft van het moordenaarsloon betaalt hij onmiddellijk, de rest volgt na het volbrengen van de daad. Om middernacht wil Rigoletto het slachtoffer in ontvangst nemen en eigenhandig in de rivier werpen… Het onweer en de vermoeidheid doen de hertog besluiten om in Sparafucile’s herberg de nacht door te brengen. Met zijn lievelingsgedachte op de lippen - de vrouwen wier hart met de wind meedraait - begeeft hij zich naar de kamer op de verdieping en gaat naar bed. Terwijl Sparafucile Maddalena de opdracht geeft naar boven te gaan en de slapende gast zijn degen weg te nemen, keert buiten Gilda terug, tegen het bevel van haar vader in. Zo is zij getuige van het gesprek tussen de huurmoordenaar en zijn zuster: Maddalena heeft een boon voor de overmoedige Apollo die daar in hun huis ligt te slapen en zij tracht Sparafucile het moordplan uit het hoofd te praten. Het voorstel om in de plaats van het voorziene slachtoffer de gebochelde opdrachtgever om te brengen, wordt door Sparafucile verontwaardigd van de hand gewezen. Alleen als er vóór middernacht nog een vreemdeling in de herberg zou binnenkomen, zou er nog een oplossing kunnen zijn. De mogelijkheid om voor haar ontrouwe minnaar te sterven is voor Gilda een grote en aantrekkelijke bekoring. Ook de bezorgdheid om haar vader kan haar er niet van weerhouden om in naam van haar liefde voor de dood te kiezen. Zij klopt aan de deur van Sparafucile’s herberg en vraagt onderdak voor de nacht…
De stipt teruggekeerde Rigoletto meent zijn doel bereikt te hebben. Nauwelijks is de laatste klokslag van het middernachtelijk uur uitgestorven, of de opgewonden Rigoletto klopt aan de deur van Sparafucile. De moordenaar overhandigt hem een zak met het lijk en ontvangt in ruil daarvoor de tweede helft van het afgesproken loon. De vreugde van Rigoletto kent geen grenzen. Hij wenst zich de hele wereld tot getuige van zijn triomf.

Maar zijn vreugde is van korte duur. Net op het ogenblik dat hij de gestrafte misdadiger naar de rivier wil slepen en als teken van zijn overwinning in het water wil gooien, weerklinkt uit de verte de hem al te bekende stem met het liedje over de wankelmoedigheid van de vrouwen. Dodelijk geschrokken opent Rigoletto de zak en in het licht van een bliksemflits herkent hij zijn dochter. Een volgende, nog fellere bliksemflits toont hem het extatische gelaat van Gilda, die nog één keer tot leven komt. Zij bekent hem dat zij omwille van haar liefde gestorven is; aan de zijde van haar moeder zal zij voor haar vader bidden. Vertwijfeld tracht Rigoletto het mooie beeld, dat voor hem de enige zin van zijn leven is, te behouden, maar Gilda sterft. Met een laatste herinnering aan de vloek van Monterone stort hij in elkaar.

donderdag 12 juli 2012

De zangleraar Edmond Borgers

Edmonde Borgers

Tenor

Geboren: 1897 (Antwerpen)
Overleden: 1981 (Antwerpen)

Werkzaam aan KVO Antwerpen (vanaf 1921 tot 1937, 7 seizoenen)

Op zijn beurt leerling van Ernest Van Dijck, vertolkte hij vooral de opera's van Richard Wagner, wat geheel in de tradie was van de Koninklijke Vlaamse Opera Te Antwerpen.


Vermoedelijk is deze foto genomen tijdens zijn vertolking van Lohengrin in de gelijknamige opera van Richard Wagner


Zie ook Letterenhuis Agrippa databank


Pupil G. Baldu en leraar in een ernstig gesprek in de tuin aan de A.Sterckxstraat te Berchem bij Mevr Fierens.




dinsdag 10 juli 2012

Il barbiere di Siviglia G.Rossini



Een komische opera van Giaocchino Rossini.


De eerste opvoering vond plaats in het Teatro Argentina te Rome op 2à febrauari 1816.

Aantal opvoeringen in The Metropolitan Opera:

607
Il Barbiere di Siviglia
11/23/1883
01/05/2013

Cesare Sterbini (1784 - 19 januari 1831) was de librettist van dienst en
bewerkte een tekst van Pierre Beaumarchais

De literaire reputatie van Beaumarchais stoelt op twee toneelstukken: le Barbier de Séville (1775), een intrigekomedie en le Mariage de Figaro (1778), een onweerstaanbare en vrijpostige komedie. Dit laatste toneelstuk werd korte tijd verboden omdat het te onbeschaamd en te bedreigend was voor de gevestigde orde. Beaumarchais werd enkele dagen opgesloten in de gevangenis maar zag na zijn vrijlating zijn toneelstuk triomferen, zelfs bij de in het stuk geviseerde adel.

Het in 1792 gepubliceerde la Mère coupable, een vervolg op le Mariage de Figaro, was van minder goede makelij.

De rolbezetting bij het Piccolo TRM was zoals hieronder aangegeven.






Voorstellingen

1960-1961
03-02-1961 20:00 Ath
09-02-1961 21:00 Braine L'Alleud
(Cinéma Kursaal)
10-02-1961 20:00 Charleroi
(La salle du Phare)
18-02-1961 20:00 Lessines
14-03-1961 20:00 Binche
23-03-1961 20:30 De Munt (Brussel)
25-03-1961 20:30 De Munt (Brussel)
02-04-1961 15:00 De Munt (Brussel)
08-04-1961 20:30 De Munt (Brussel)
09-04-1961 15:00 De Munt (Brussel)

Le barbier de Séville (traduction de Castil-Blaze)

opera studio
Ath : 03-02-1961, 20:00


--------------------------------------------------------------------------------

muzikale leiding Gerecz Arpad

regisseur Landier Jean-Marc

decorontwerper, kostuumontwerper Bosquet Thierry

vertaler Castil-Blaze François, Henri, Joseph


--------------------------------------------------------------------------------

koordirigent Vincent Jules

--------------------------------------------------------------------------------

Il Conte d'Almaviva - tenor Oncina Juan
Bartolo - bas bouffe : arts Bastin Jules
Rosina - mezzo-sopraan : rijke pupil in Bartolo's huis Tolmer Jacqueline
Figaro - bariton : barbier Ferrer Michel
Basilio - bas : Rosina's muziekleraar Giband Félix
Fiorello - bas : bediende van Almaviva Battel Armand
Berta - sopraan : Bartolo's dienstbode Baldi Gia
Un Ufficiale Battel Armand
Un Notaio Battel Armand


--------------------------------------------------------------------------------

piano Patinet Solange

--------------------------------------------------------------------------------


orkest Symfonieorkest van de Munt

--------------------------------------------------------------------------------


koor Koor van de Munt




The medium Gian Carlo Menotti


Biografie Gian Carlo Menotti

Van 1923 tot 1927 studeerde hij aan het Conservatorio "Giuseppe Verdi" (Milaan) van Milaan. Hij emigreerde vervolgens naar de Verenigde Staten, waar hij van 1928 tot 1933 zijn studie vervolgde, bij Rosario Scaleri, aan het toen pas geopende Curtis Institute of Music in Philadelphia (tot 1955 was hij daar tevens compositiedocent). Al gauw maakte hij kennis met een andere componist Samuel Barber, die zijn minnaar werd. In 1936 bezocht hij samen met Barber Oostenrijk en maakte naar aanleiding daarvan een satire op de Weense haute-bourgeoisie (Amelia al Ballo). In 1958 richtte hij het Festival dei Due Mondi in Spoleto op, waar hij naast zijn eigen werken, ook werken van derden regisseerde. Toen er vele jaren later een einde aan zijn relatie met Barber kwam, verhuisde hij naar Schotland, waar hij een herenhuis betrok dat ontworpen was door Robert Adam, een duidelijk teken van een succesvolle carrière.

Wat muziek betreft was Menotti een duizendpoot, naast componeren, schreef hij ook libretto's, regisseerde en leidde operahuizen.

Gian Carlo Menotti overleed op 95-jarige leeftijd



The Medium

2 bedrijven


Madame Flora is doodsbang wanneer ze een bovennatuurlijke aanwezigheid tijdens één van haar frauduleuze séances waarneemt. Menotti's eerste internationale succes, "The Medium" is een tragedie in twee aktes voor vijf zangers, een dans-mime rol en een kameropera voor dertien instrumenten en veertien spelers: fluit, hobo, klarinet, fagot, hoorn, trompet, percussie, piano (4 handen) en strijkkwintet. De muziek is morbide, dissonant en angstaanjagend en omvat melodieën zoals 'O, zwarte zwaan.






Premiere was op 8 mei 1946, New York City aan Columbia-universiteit Brander Matthew Hall.


Gia Baldi als Mrs Nolan.






Het programmaboekje en de rolbezetting van PICCOLO TRM Theatre Royal de La Monnaie of Koninklijke Muntschouwburg te Brussel.

Seizoen 1960-1961





Een aankondiging uit de tijd vermoedelijk in Telemoustique

maandag 9 juli 2012

De Artiestenmis

In de St Carolus Borromeus kerkaan het Conscienceplein vonden op zondagmorgen telkens misvieringenplaats die werden opgeluisterd door muzikanten en vocale uitvoerders. Een ervan was aangeboden geweest aan Gia Baldi voor de herdenking van de componist Arthur Verhoeven op 10 augustus 1958

Aaan het orgel werd zij begeleid door Arnold Brand die werken speelde van Flor Alpaerts en Peter Elslander.


Het programma vermeld tevens de zangstukken gezongen door Maria Joos, mezzo-sopraan

Het Artiestenfonds ontstond naar aanleiding van een gemoedelijk onderhoud tussen Marie-Elisabeth Belpaire, de toen 90-jarige mecaenas en haar jongste medewerker Benoit Roose.

Bij het onstaan van het werk werd Koningin Elisabeth, van wie M.E. Belpaire een intieme vriendin was, onmiddellijk de Hoge Beschermvrouwe van het fonds en mocht dit de naam dragen "Stichting Koningin Elisabeth". Juffrouw Belpaire werd Ere-voorzitter en Benoit Roose voorzitter van de nieuwe vereniging

De oorspronkelijke naam was destijds "Artiestenpenning", wat meteen de voornaamste doelstelling van de vereniging aangaf : "penningen" in te zamelen om noodlijdende en/of jonge beginnende kunstenaars te steunen. Tijdens en na de oorlog bestond deze steun voornamelijk uit materiële giften als brood, boter en steenkool.

De eerste Artiestenmis ging door op Pinksterzondag 13 juni 1943, in de Antwerpse kunsttempel bij uitstek : de Sint Carolus Borromeuskerk. Van zondag tot zondag steeg het aantal belangstellenden en zo werd de Artiestenmis een groot succes. Dit was vooral te danken aan de toewijding en belangeloze medewerking van talloze kunstenaars, zangers en musici. Koningin Elisabeth hernieuwde haar steun aan dit uitzonderlijk initiatief tijdens haar bezoek aan de Artiestenmis op 1 februari 1948

In 1949 werd de benaming veranderd in "Artiestenfonds", om werkelijk een fonds te worden van waaruit artiesten allerhande een financiële steun konden ontvangen. In diezelfde periode zag ook het fonds "Alex De Vries" het levenslicht, met dezelfde intenties. Doorheen de jaren '50 en '60 evolueerde het Artiestenfonds naar een concertvereniging, die jonge kunstenaars de kans gaf om op te treden of werken ten toon te stellen, want er was, en er is nog steeds geen enkel artistiek onderscheid.

Door een overvloed aan concertorganisaties en door de economische recessie werden deze concerten en tentoonstellingen zeldzamer, om dan te stagneren tot enkele per jaar


Zie ook Artiestenfonds

vrijdag 6 juli 2012

Biografische gegevens


Gia Baldi[ ps. van Maria Lea Joos]

Geboren te Burcht [1936]

Zij begon muziek te studeren op 7-jatige leeftijd, bijeen muzieklerares van de Zusters van Liefde te Mesele, studie diezij door hard werken verderzette aan Het Koniklijk Conservatorium te Antwerpen. Vervolgens nam ze zanglessen bij Edmond Borgers, de witte merel. Edmond Borgers zong destijds nog samen met Ernest Van Dijck.

Als beginnende artieste kreeg zij de kans, door bemiddeling van de KP te Burcht om een reis te maken naar Moskou voor een VI Wereld Jeugdfestival. Er is nooit enige weerspanningheid geweest van de andere politieke parijen omtrent haar deelname in haar geboortedorp waar zij trouwens lid was van de KAJ


Gia Baldi nam deel aanverschillende concerten in Aalst en Antwerpen.Zij studeeerde eveneens in Duitsand. Haar theatrale carriere startte ze in de rol van Fricka in de opera Das Rheingold van Richard Wagner. Dat vond plaats in de Koninklijke Opera te Antwerpen. Vooraf was zij naar Bayreuth gereisd om bij Wieland Wagner stage te lopen. Dit vergemakkelijkte de plankenvrees bij de auditie die ze ze voor het verkrijgen van de rol in Das Rheingold. De auditie werd gedaan onder tozeicht van de toenmalige directrice Mina Bolotine..


Vervolgens werd zij aangetrokken door de Muntschouwburg te Brussel, waar zij de begeliedende zang uitvoerede bij Bejart's cyclus over Igor Stravinsky.Zij zong samen met Renato Cioni, en Giuseppe Tadei in de opera Rigoletto van Giuseppe Verdi. Dit onder de regie van Franco Zeffirelli. Koning Boudewijn en Koningin Fabiola waren aanwezig op de openingsgala 19 januari 1962.
Daarnaast zong zij nog samen met Nicolai Geda en Grace Bumbry.

Zij maakte tevens permanent deel uit van de Opera de Wallonie.



Hier danst zij met haar vader: Leonard Joos.

Zelf zegt zij dat haar loopbaan kort was en ten dienste stond van de muziek. Niettegenstaande zij in die periode tegenstand kreeg van haar moeder kon zij zich toch doorzetten, want "eens kunstenaar altijd kunstenaar" zo vertelt haar goede kennis en acteur Massimo Daporto.

Zij was tijdens haar loopbaan ook bevriend met de schilder Juliaan Severin.

Momenteel verblijft zij in Bolzano/Bozen, waar zij ook een radioprogramma voor senioren en cultuur onderhield. Wegens haar gezondheidstoestand kan zij zich niet verplaatsen naar haar thuisland.

Haar levenspartner  was toegewijd bij haar korte loopbaan. Sinds geruime tijd steunde zij op een bescheiden wijze jonge muzikanten (o.a. Mahler Chamber Orchestra en de Klezmer muziek) en  zet zij zich in voor kankerpatienten en de relatie met muziek te Bolzano.. Zij nodigde ook Vlad Weverbergh uit te komen optreden te Bolzano