Translate

donderdag 19 juli 2012

Rigoletto



Het libretto is van de hand van M.Piave en gebasseerd op een werk van Victor Hugo "Le Roi s'amuse". Deze dramtische opera van Guiuseppe Verdi werd opgevoerd tijdens de ogang van de Muntschouwburg te Brussel. De Premiere vond plaats in aanwezigheid van Koning Boudewijn en Koningin Fabiola op 19 januari 1962. Het was terzelfdertijd een persgala.

Befaamde vertolkers hierbij waren Renato Cioni en Giuseppe Tadei, die hun faam al hadden bevestigd over de ganse operawereld.

Hier vertolkt Gia Baldi de rol van Giovanna de dienstmeid van Gilda. De opvoering werd gebracht in de originele taal.






De regie van deze uitvoering was in de handen van Franco Zeffirelli

en de muzikale leiding berustte bij Andre Van der Noot



Op ondertaande foto Gilda, Rigoletto en de dienstmeid Giovanna



Voorstellingen
1960-1961
21-12-1960 20:00 De Munt (Brussel)
(Gala du Syndicat d'Initiative de la Ville de Bruxelles)
24-12-1960 20:30 De Munt (Brussel)
26-12-1960 20:30 De Munt (Brussel)
28-12-1960 20:30 De Munt (Brussel)
31-12-1960 20:30 De Munt (Brussel)
1961-1962
19-01-1962 20:00 De Munt (Brussel)
(Gala de Presse)
21-01-1962 15:00 De Munt (Brussel)
24-01-1962 20:00 De Munt (Brussel)
27-01-1962 20:00 De Munt (Brussel)
30-01-1962 20:00 De Munt (Brussel)
01-02-1962 20:00 De Munt (Brussel)
15-05-1962 19:30 Nijmegen
17-05-1962 Tilburg
20-05-1962 Heerlen
1962-1963
17-04-1963 20:00 De Munt (Brussel)
19-04-1963 20:00 De Munt (Brussel)
21-04-1963 15:00 De Munt (Brussel)
1963-1964
03-04-1964 20:00 De Munt (Brussel)
05-04-1964 15:00 De Munt (Brussel)
08-04-1964 20:00 De Munt (Brussel)
12-04-1964 15:00 De Munt (Brussel)
15-04-1964 20:00 De Munt (Brussel)
1964-1965
14-02-1965 15:00 De Munt (Brussel)
17-02-1965 20:00 De Munt (Brussel)
20-02-1965 20:00 De Munt (Brussel)
23-02-1965 20:00 De Munt (Brussel)
26-02-1965 20:00 De Munt (Brussel)
28-02-1965 15:00 De Munt (Brussel)


RIGOLETTO : KORTE INHOUD


Plaats en tijd van de handeling: Mantua en omgeving in de 16de eeuw.

Eerste akte
Eerste scène
Feestzaal in het paleis van de hertog.
Tijdens een schitterend bal vertelt de hertog van Mantua aan de hoveling Borsa over zijn pogingen om een mooi burgermeisje te veroveren, dat in een afgelegen uithoek van de stad woont en dat daar elke nacht bezoek krijgt van een geheimzinnige onbekende. Hij zou deze pogingen graag met succes bekroond zien. Maar voorlopig heeft hij het te druk met de dames die zijn feest opsmukken, want de overmoedige hertog is pas echt in zijn element als hij van de ene schoonheid naar de andere kan fladderen - in de blijgemoede en stellige overtuiging dat de liefde allen daar kan zijn waar de vrijheid woont. Vooral de aantrekkelijke gravin Ceprano heeft hem betoverd; tijdens een menuet maakt hij haar, in aanwezigheid van haar echtgenoot, ongegeneerd het hof. Graaf Ceprano kan niet anders dan vol jaloezie toekijken en moet naast de brutaliteit van de hertog ook nog de spot van de hofnar Rigoletto ondergaan. Ondertussen amuseert het gezelschap zich over een nieuwtje van de hoveling Marullo: volgens hem heeft de lelijke en gebochelde Rigoletto een liefje. Als Rigoletto de hertog ironisch de raad geeft om graaf Ceprano in de gevangenis te gooien of zelfs te laten terechtstellen, zodat hij zich ongestoord met diens mooie echtgenote kan vermaken, besluiten de verontwaardigde hovelingen de brutale nar een lesje te leren. En zij hebben meteen een idee om nog deze nacht hun wraakplannen ten uitvoer te brengen… Op het hoogtepunt van het feest onderbreekt graaf Monterone de algemene vrolijkheid. Hoewel de hertog de ter dood veroordeelde rebel het leven schenkt, blijft deze de orgieën in het paleis van de hertog in scherpe bewoordingen afkeuren. Rigoletto spaart echter ook Monterone niet met zijn cynische spot: Monterone laat zich door de hertog genade schenken en wil dan rekenschap van hem eisen omdat diezelfde hertog zijn dochter misbruikt heeft? Buiten zichzelf van woede vervloekt Monterone de hertog, maar ook de slang die in zijn naam een wenende vader durft uit te lachen.

Tweede scène.
Een donkere, doodlopende straat, links een huis met binnenplaats, rechts de tuin en het paleis van graaf Ceprano.
In een donkere buurt van Mantua stoot Rigoletto, op weg van het bal naar huis, op de huurmoordenaar Sparafucile, die hem de spelregels van zijn vak uitlegt en hem zijn diensten aanbiedt. In de huurdoder herkent de hofnar het spiegelbeeld van zijn eigen bestaan. Zijn wapen is zijn scherpe tong, dat van Sparafucile is de dolk; beiden zijn outsiders. Als hij weer alleen is, beklaagt Rigoletto zich over zijn leven als hofnar. Hij is nog steeds onder de indruk van Monterones vervloeking. Maar thuis, bij zijn dochter Gilda, zijn hele leven en zijn enige bezit op deze wereld, wordt hij een ander mens, wordt hij een liefhebbende vader.

Derde scène.
Tuin van Rigoletto’s huis.
Op de binnenplaats van zijn bescheiden huis werpt Gilda zich in de armen van haar vader. Rigoletto heeft maar één grote zorg; zijn dochter behoeden voor alle gevaren. Zij mag nooit uitgaan, behalve om zich naar de kerk te begeven. Het beroep en de naam van haar vader mag zij niet kennen, evenmin als de naam van haar moeder. Een mooie vrouw schonk de gebochelde ooit haar liefde en stierf, dat moet voor Gilda volstaan… De wantrouwige Rigoletto vraagt aan Giovanna, Gilda’s meid, of alle voorzorgsmaatregelen voor de veiligheid van zijn dochter inderdaad getroffen werden. Als hij meent stappen te horen, gaat hij zelf nog eens op straat kijken. Hij is nauwelijks buiten of de als student verklede hertog sluipt door de openstaande deur, brengt Giovanna met een goedgevulde geldbeurs tot zwijgen en verbergt zich achter een boom. Rigoletto komt terug en neemt ontroerd afscheid. Verbluft ontdekt de hertog in zijn schuilplaats dat het doel van zijn jongste avontuur de dochter van zijn hofnar is… Gilda wordt geplaagd door haar geweten omdat zij haar vader niets verteld heeft over de jongeman die haar volgt als zij naar de kerk gaat. In het geheim geeft zij toe dat zij op de knappe jongeman verliefd is. Net als zij het woord ‘liefde’ wil uitspreken komt haar aanbidder van onder de boom te voorschijn, voltooit haar zin en verklaart haar op stormachtige wijze zijn liefde. Voor Gilda lijkt het of al haar romantische jongemeisjesdromen werkelijkheid worden. Ondertussen verzamelen de hovelingen zich op straat. Omdat Gilda haar naderende vader meent te herkennen, neemt zij met een haastig Addio afscheid van haar zogenaamde arme student, Gualtier Maldé. Zij blijft nog een tijdje staan dromen, met in gedachten de naam van de man bij wie zij tot haar laatste ademtocht zou willen blijven… De hovelingen bewonderen de gratie van het jonge meisje, dat zij voor het liefje van Rigoletto houden. Om wraak te nemen op de nar willen zij Gilda ontvoeren. Terwijl zij daartoe nog voorbereidselen treffen, duikt Rigoletto weer op, nog steeds geplaagd door angsten. Geschrokken herkent hij Marullo in het groepje. Deze maakt hem echter wijs dat zij gekomen zijn om voor de hertog gravin Ceprano te ontvoeren uit het nabijgelegen paleis. Meteen is de nar bereik om mee te doen. Zo gebeurt het dat Rigoletto - door een masker blind en doof gemaakt - helpt bij de ontvoering van zijn eigen dochter. Als hij de waarheid begrijpt, zijn de hovelingen met hun slachtoffer reeds ver weg. Wanhopig herinnert Rigoletto zich de vloek van Monterone.

Tweede akte
Vierde scène.
Een zaal in het paleis van de hertog.
De volgende morgen wordt de hertog in zijn paleis geplaagd door bezorgdheid, ongeduld en woede. Een onbekende heeft het gewaagd het voorwerp van zijn nieuwste liefde weg te nemen. Hij was namelijk nog eens naar Rigoletto’s huis teruggekeerd en had daar alleen de sporen van een ontvoering gevonden. Nu vreest hij voor zijn geliefde - en voor de goede afloop van zijn avontuur. Zijn ontevredenheid verandert echter snel in vreugde als de hovelingen hem vertellen dat zij het liefje van Rigoletto ontvoerd en naar het paleis van de hertog gebracht hebben. De hertog begrijp meteen waar hij het object van zijn verlangen kan vinden en snelt enthousiast naar zijn kamer… Op dat ogenblik verschijnt Rigoletto. Schertsend tracht de nar iets te vernemen over het lot van zijn dochter. De hovelingen veinzen echter onschuld; zij hebben heel de nacht in hun eigen bed geslapen. Als zij een page van de hertogin beletten om de kamer van de hertog te betreden, beseft Rigoletto waar zijn kind zich bevindt. In een uitbarsting van woede en wanhoop eist hij van de hovelingen Gilda terug - zijn dochter, niet zijn liefje. Tevergeefs tracht hij in de kamer van de hertog binnen te dringen, tot plots de deur opengaat en Gilda zich in zijn armen werpt. Alleen aan haar vader wil zij bekennen wat er gebeurd is. Woedend jaagt Rigoletto de hovelingen de zaal uit… Na de bekentenis van Gilda weet Rigoletto dat de lichtzinnigheid en de willekeur van de hertog het enige zuivere altaar van zijn leven vernietigd hebben. Hij smeedt duistere wraakplannen. De rebel Monterone, die opnieuw gevangen is genomen en die, terwijl hij naar de kerker gevoerd wordt, vóór het portret van de hertog de nutteloosheid van zijn oproep tot wraak beklaagt, geeft Rigoletto het signaal tot de opstand. Zonder de aandacht te schenken aan de protesten van Gilda, zweert Rigoletto Monterone’s wens naar vergelding ten uitvoer te brengen.

Derde akte
Vijfde scène.
Een afgelegen plaats aan de oever van de Mincio. Links het interieur van een half vervallen landelijke herberg, rechts de over een stuw stromende rivier.
Er is enige tijd vergaan. Rigoletto brengt Gilda naar het huis van Sparafucile in de omgeving van Mantua. Gilda kan de hertog niet vergeten, Rigoletto wil haar echter de ware aard van haar aanbidder tonen. Vader en dochter verbergen zich en zien hoe de hertog de herberg betreedt terwijl hij een brutaal en overmoedig liedje zingt over de wispelturigheid van het vrouwelijke hart; hij laat zich wijn brengen en begint te flirten met Maddalena, de levenslustige zus van Sparafucile. Ontdaan moet Gilda toekijken hoe de hertog voor de frivole Maddalena al even snel in vuur en vlam staat als voor haar. De hertog maakt Maddalena, die met veel plezier preutsheid veinst, steeds heviger het hof. Gilda kan de pijn nauwelijks verdragen, Rigoletto gelooft dat het uur van de wraak aangebroken is. Gilda moet in mannenkleren naar Verona reizen en daar op hem wachten… Terwijl een onweer zich aankondigt, geeft Rigoletto Sparafucile de definitieve opdracht zijn gast te doden. De helft van het moordenaarsloon betaalt hij onmiddellijk, de rest volgt na het volbrengen van de daad. Om middernacht wil Rigoletto het slachtoffer in ontvangst nemen en eigenhandig in de rivier werpen… Het onweer en de vermoeidheid doen de hertog besluiten om in Sparafucile’s herberg de nacht door te brengen. Met zijn lievelingsgedachte op de lippen - de vrouwen wier hart met de wind meedraait - begeeft hij zich naar de kamer op de verdieping en gaat naar bed. Terwijl Sparafucile Maddalena de opdracht geeft naar boven te gaan en de slapende gast zijn degen weg te nemen, keert buiten Gilda terug, tegen het bevel van haar vader in. Zo is zij getuige van het gesprek tussen de huurmoordenaar en zijn zuster: Maddalena heeft een boon voor de overmoedige Apollo die daar in hun huis ligt te slapen en zij tracht Sparafucile het moordplan uit het hoofd te praten. Het voorstel om in de plaats van het voorziene slachtoffer de gebochelde opdrachtgever om te brengen, wordt door Sparafucile verontwaardigd van de hand gewezen. Alleen als er vóór middernacht nog een vreemdeling in de herberg zou binnenkomen, zou er nog een oplossing kunnen zijn. De mogelijkheid om voor haar ontrouwe minnaar te sterven is voor Gilda een grote en aantrekkelijke bekoring. Ook de bezorgdheid om haar vader kan haar er niet van weerhouden om in naam van haar liefde voor de dood te kiezen. Zij klopt aan de deur van Sparafucile’s herberg en vraagt onderdak voor de nacht…
De stipt teruggekeerde Rigoletto meent zijn doel bereikt te hebben. Nauwelijks is de laatste klokslag van het middernachtelijk uur uitgestorven, of de opgewonden Rigoletto klopt aan de deur van Sparafucile. De moordenaar overhandigt hem een zak met het lijk en ontvangt in ruil daarvoor de tweede helft van het afgesproken loon. De vreugde van Rigoletto kent geen grenzen. Hij wenst zich de hele wereld tot getuige van zijn triomf.

Maar zijn vreugde is van korte duur. Net op het ogenblik dat hij de gestrafte misdadiger naar de rivier wil slepen en als teken van zijn overwinning in het water wil gooien, weerklinkt uit de verte de hem al te bekende stem met het liedje over de wankelmoedigheid van de vrouwen. Dodelijk geschrokken opent Rigoletto de zak en in het licht van een bliksemflits herkent hij zijn dochter. Een volgende, nog fellere bliksemflits toont hem het extatische gelaat van Gilda, die nog één keer tot leven komt. Zij bekent hem dat zij omwille van haar liefde gestorven is; aan de zijde van haar moeder zal zij voor haar vader bidden. Vertwijfeld tracht Rigoletto het mooie beeld, dat voor hem de enige zin van zijn leven is, te behouden, maar Gilda sterft. Met een laatste herinnering aan de vloek van Monterone stort hij in elkaar.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen