Translate

vrijdag 3 augustus 2012

Carmen Georges Bizet

In de inforlatiekrant OPERA (1961, 73ste jrg.,nr 20) van de Koninklijke Muntschouwburg te Brussel kunnen we volgende recensie lezen ivm de opvoering van Carmen van de comoponist Georges Bizet


... Ce sontJ. Comler et Gia Bali, titulaires des personnages de Frasquita et de Mercedes qu'elles nantissent de voix jeunes et d'un jeu souple....

Voorstellingen en bezetting:

Voorstellingen
1960-1961
09-03-1961 20:30 De Munt (Brussel)
12-03-1961 15:00 De Munt (Brussel)
15-03-1961 20:30 De Munt (Brussel)
18-03-1961 20:30 De Munt (Brussel)
21-03-1961 20:30 De Munt (Brussel)
24-03-1961 18:30 De Munt (Brussel)
26-03-1961 15:00 De Munt (Brussel)
1961-1962
04-11-1961 20:00 De Munt (Brussel)
07-11-1961 20:00 De Munt (Brussel)
10-11-1961 20:00 De Munt (Brussel)
12-11-1961 15:00 De Munt (Brussel)
14-11-1961 20:00 De Munt (Brussel)


Carmen

opera
De Munt (Brussel) : 14-11-1961, 20:00


--------------------------------------------------------------------------------

muzikale leiding Doneux Edgard

regisseur Erlo Louis

decorontwerper, kostuumontwerper Bonnat Yves

choreograaf Cano Antonio


--------------------------------------------------------------------------------

koordirigent Vincent Jules

--------------------------------------------------------------------------------

Don José : sergeant Martell Richard
Escamillo : stierevechter Gottlieb Peter
Le Dancaïre : smokkelaar Goda Georges
Le Remendado : smokkelaar Trempont Pol
Zuniga : luitenant Borodo Svi
Moralès : sergeant Ferrer Michel
Micaëla : boerenmeisje Linval Monique
Frasquita : zigeunerin Lahaye Josette
Mercédès : zigeunerin Baldi Gia
Carmen : zigeunerin Bumbry Grace


--------------------------------------------------------------------------------


orkest Symfonieorkest van de Munt

--------------------------------------------------------------------------------


koor Kinderkoor van de Munt

Informatie via de archieven van De Koninklijke Muntschouwburg : Archieven Carmen.

CARMEN : KORTE INHOUD

EERSTE BEDRIJF
Een plaats in Sevilla. De soldaten verdrijven hun tijd met kijken naar de voorbijgangers. Plots ziet brigadier Morales Micaëla, de jeugdvriendin van Don José. Hij spreekt haar aan en ze zegt dat ze op zoek is naar brigadier Don José. Morales antwoordt dat hij tot de compagnie behoort die zo dadelijk voor de aflossing zorgt. Ondertussen probeert hij Micaëla te overhalen bij hen te blijven, maar zij geeft niet toe.
De aflossing van de wacht wordt voorafgegaan door een groep spelende kinderen.
Officier Zuniga, die aan het hoofd staat van de compagnie van Don José, jaagt de kinderen weg. Morales zegt tegen Don José dat er een meisje naar hem op zoek is. Don José beseft dat het Micaëla is.
De bel van de tabaksfabriek op het plein begint te luiden. De tabaksmeisjes komen naar buiten en worden opgewacht door jonge mannen, die de harten van de meisjes willen veroveren. Ze zien echter de fel begeerde Carmen niet en vragen zich af waar ze blijft.
Dan verschijnt Carmen aan het einde van de groep. Ze zingt een lied over de liefde en wijst alle avances van de jonge mannen af. Alleen Don José trekt haar bijzondere aandacht omdat hij onverschillig blijft voor haar optreden.
De jonge mannen wagen een nieuwe poging om Carmen te verleiden, maar zij interesseert zich slechts voor Don José. Ze werpt een bloem naar hem. De jonge mannen en vrouwen lachen en verwijderen zich samen met Carmen.
Nu komt Micaëla naar Don José, die alleen is achtergebleven. Ze vertelt hem over zijn moeder en geeft hem een brief. De moeder heeft Micaëla ook gevraagd hem een kus over te brengen. Vol heimwee denken ze samen aan hun geboortedorp.
Micaëla blijft niet wachten tot Don José de brief gelezen heeft. In de brief stelt zijn moeder hem voor Micaëla tot vrouw te nemen.
Uit de tabaksfabriek stijgt kabaal op. De meisjes komen buiten gelopen en ruzieën. Carmen zou het tabaksmeisje Manuelita in de haren gevlogen zijn als antwoord op een belediging. Officier Zuniga luwt de strijd met de hulp van zijn soldaten.
Hij vraagt Don José om de gebeurtenissen in de fabriek te rapporteren. Don José zegt dat Carmen Manuelita met een mes bewerkt heeft.
Carmen wordt bij Zuniga gebracht en hij vraagt haar naar de ware toedracht van de feiten. Ze ontwijkt zijn vraag in een lied. Carmen wordt vastgenomen en Don José krijgt de opdracht haar weg te voeren.
Vóór Don José haar naar de gevangenis voert probeert Carmen hem te verleiden en stelt hem voor haar te laten ontsnappen. Don José kan haar met moeite weerstaan.
Om haar verleiding kracht bij te zetten zingt Carmen een lied en Don José bezwijkt voor haar. Hij maakt haar handen los.
Zuniga keert terug met het bevelschrift, maar Carmen bevrijdt zich en vlucht.

TWEEDE BEDRIJF
In de taverne van Lillas Pastia zitten Carmen en haar vriendinnen, Frasquita en Mercedes, aan een tafel. De officieren, waaronder Zuniga, komen binnen en worden door de meisjes omringd. Er wordt gespeeld en gedronken.
Van aan zijn tafel heeft torero Don Escamillo het gebeuren gadegeslagen. Hij brengt een toast uit op de officieren en zingt een lied over de stierekamp dat door de andere aanwezigen wordt beantwoord.
Escamillo's oog valt op Carmen. Hij vraagt naar haar naam en belooft op haar te wachten tot ze van hem gaat houden. Dan onderbreekt Lillas Pastia de korte idylle en vraagt de officieren zijn taverne te verlaten omdat het laat geworden is.
De aanwezigen brengen een laatste groet aan de torero, en onder begeleiding van de officieren verlaat Don Escamillo de taverne.
De ware reden dat Lillas Pastia de officieren wegzond is, dat hij Dancaïro en Remendado, de leiders van een smokkelbende, verwacht. Zij komen hun nieuwe plannen voorleggen.
Voor dit plan hebben de bendeleiders de hulp van de vrouwen nodig. Maar Carmen wil niet onmiddellijk meewerken. Ze is verliefd, zegt ze. Deze keer moet de plicht onderdoen voor de liefde.
Plots horen ze iemand zingen. Carmen herkent de stem van Don José. De bendeleden stellen Carmen voor hem te winnen voor hun smokkelaffaire. Vervolgens trekken zij zich terug. Carmen blijft alleen achter.
Don José komt binnen en zegt dat hij amper twee uur geleden ontslagen werd uit de gevangenis, waar hij werd opgesloten nadat het Carmen liet ontsnappen. Hij heeft geen gebruik gemaakt van de vijl en het geld, dat Carmen hem zond om te ontsnappen, omdat hij niet als deserteur door het leven wil gaan. Carmen vertelt hem dat zij gedanst heeft voor zijn officieren. Don José wordt jaloers. Als compensatie zal zij nu voor hem dansen. De muziek vermengt zich met de trompetten die in de verte weerklinken, en oproepen tot het appèl. Don José wil terugkeren naar de kazerne en wekt de woede van Carmen. Ze wil hem overtuigen met haar mee te gaan en lid te worden van de smokkelbende. Don José geeft niet toe, ondanks de liefde die hij voor haar voelt. Daarom zal hij haar verlaten.
Hun twist over de liefde wordt onderbroken door een gebonk op de deur. Zuniga valt binnen en betrapt Don José met Carmen. Hij beveelt hem terug te keren naar de kazerne. Er ontstaat een gevecht tussen Zuniga en Don José. Carmen roept om hulp en andere bendeleden verschijnen en overmeesteren Zuniga. Zo wordt Don José verplicht zijn soldatenbestaan te vergeten en zich aan te sluiten bij de bende.

DERDE BEDRIJF
In het gebergte, in een opslagplaats van de smokkelaars. De nieuwe waar wordt door de helpers van de bende naar binnen gebracht. Iedereen is moe van het zware werk.
Don José probeert zich tevergeefs te verzoenen met Carmen.
Om de tijd te verdrijven zoeken Mercedes en Frasquita hun geluk in de kaarten. Ze voorspellen geluk. Maar wanneer Carmen de kaarten draait, verschijnt de dood.
De komst van Dancaïro en Remendado maakt een einde aan het kaartleggen. Zij hebben ondertussen gegevens verzameld om de stad binnen te dringen.
De hele bende maakt zich klaar om haar slag te slaan, en ze gaan terug aan het werk. Don José wordt belast met de controle over het schuiloord.
Ook Micaëla heeft het smokkelkwartier bereikt, op zoek naar Don José. Ze is angstig en vraagt de Heer om hulp. Dan ziet ze Don José.
Hij heeft een schot gelost op een onbekende die het schuiloord genaderd is.
Het blijkt Escamillo te zijn, die ook zijn geliefde zoekt. Hij vertelt aan de hem onbekende Don José over zijn geliefde, de zigeunerin Carmen, die eens verliefd was op een gedegradeerde soldaat. Don José herkent zichzelf in het verhaal en ontsteekt in woede. Hij grijpt zijn mes en daagt Escamillo uit tot een gevecht.
De onrust in het schuiloord doet de bendeleiders en hun vriendinnen terugkeren. Carmen ziet haar geliefde van weleer staan tegenover haar nieuwe held, Escamillo. De strijdende partijen worden uit elkaar gehouden door Dancaire en Remendado. Wanneer de bende terug wil vertrekken ontdekt Remendado Micaëla. Zij smeekt Don José terug te keren naar zijn moeder, maar hij wil bij Carmen blijven. Tot Micaëla zegt dat zijn moeder op sterven ligt. Don José kalmeert en verlaat samen met Micaëla het schuiloord. Maar hij bedreigt Carmen ermee dat hij zal terugkeren.

VIERDE BEDRIJF
Een plaats in Sevilla, vlak voor de arena. De toeschouwers kijken uit naar de komst van de stierevechters. Wanneer ze Escamillo zien, juichen ze hem allen toe. Aan zijn zijde zien ze Carmen, die zijn geliefde geworden is. Escamillo betreedt de arena en laat Carmen achter. Ze wordt door Frasquita gewaarschuwd dat Don José ook aanwezig is. Maar Carmen vreest hem niet.
Don José en Carmen staan nu tegenover elkaar. Hij klampt nog een laatste keer aan, maar zijn smeekbede om haar liefde is hopeloos. Carmen stelt hem voor haar te laten gaan of haar te doden. En onder het gejubel om de triompf van Escamillo, besluit Don José tot het laatste: hij steekt haar neer.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen